2 oktober, de zestiende dag op Java
Kinderen met een emmertje sop

Bij het opstaan gaat mijn aandacht uit naar kinderen die ik buiten hoor. Het dorp en alle kinderen weten inmiddels wel wie ik ben en wat ik hier kom doen. Na een paar bezoeken aan hun school vinden ze mij op een of andere manier interessant. Ze zijn met z’n drieën en hangen een beetje rond voor het opvanghuis. Ik vraag Budi netjes of ik ze wat geld mag geven. Hij zegt dat dat prima is, maar in ruil daarvoor moeten ze wel iets doen. Ze krijgen een emmertje met een sopje en ze mogen het monument schoonmaken, dat door alle stof en werkzaamheden een beetje vies is geworden. Ze zijn helemaal blij, die kindjes.
Op ziekenbezoek
Voordat we naar de mall gaan, brengen we eerst een ziekenbezoek. Iemand uit de familie ligt in het ziekenhuis en we gaan even langs.
Praktische spullen uit de mall
Daarna gaan we naar een grote mall in Garut. Echte winkels zoals wij ze kennen hebben ze in de dorpjes niet, omdat de dorpjes meestal bestaan uit kampongs. In die kampongs staan allemaal kleine huizen en winkeltjes langs de weg. Je vindt af en toe wel een doe-het-zelfzaak of een winkel waar je huishoudspullen kunt kopen, maar dat is vrij schaars. Als je alles bij elkaar wilt hebben, dan zul je toch naar een grote mall moeten. In Jakarta, Surabaya en alle grote steden heb je echt van die megagrote malls, waarbij het bijna onmogelijk is om elk winkeltje te bezoeken. Het is ook bijzonder commercieel opgezet. Overal felle lichten en schreeuwende reclames.

Wanneer we bij de mall aankomen, gaan we eerst op onderzoek uit. Wat voor winkeltjes zijn hier allemaal? Het is ook best wel gebruikelijk om in een mall een speeltuin of een kermis te bouwen. Volgens mij heb ik er drie geteld, compleet met allerlei attracties en leuke speeltoestellen voor kinderen. We lopen een winkeltje binnen waar ze allemaal huishoudspulletjes verkopen en ik ga helemaal los. Terwijl ik erdoorheen loop, pak ik allemaal dingen mee om het interieur van het opvanghuis wat meer aan te kleden met praktische dingen. En dan bedoel ik hele simpele dingen zoals een klok, prullenmandjes, een stoffer en blik en wat verdeelstekkers.

Ik had namelijk een verdeelstekker aangetroffen die de warmwatertank en de waterpomp een stukje verderop in de plantage van stroom voorzag. Een deel van deze stekker was verbrand en er was een stuk tape overheen geplakt om hem toch te kunnen gebruiken. Hiervan krijg ik storing in mijn brein en krijg ik de neiging om hem per direct te vervangen. Dus zodoende heb ik een paar van deze verdeelstekkers gekocht. Na het shoppen drinken we nog een koffie. Daarbij krijg je gratis een donut, maar omdat ik vast laat ik die staan en drink ik alleen mijn koffie.
Terug bij het opvanghuis pak ik alles uit. Op de kassabon staat ook een USB-oplader. Die is voor mijzelf en niet voor het opvanghuis, dus die verreken ik apart.

Dag vier van het vasten. Tja, het gaat nog steeds goed, zolang ik het maar rustig aan doe. Budi gaat met Agung naar beneden om ergens het avondeten te halen. Hij neemt lekkere saté met kip en gado-gado mee. Na het eten nog even wat video’s monteren en publiceren.

3 oktober, de zeventiende dag op Java
Materiaal voor de waterton
Ik ga steeds later mijn bed uit. Of dat te maken heeft met mijn ritme van laat gaan slapen? Ik denk het wel. In de avond ben ik redelijk wakker, omdat ik misschien nog te veel koffie drink en achter de laptop blijf hangen. Zeker nu ik een wat makkelijkere manier heb gevonden om video’s te maken.

Voor de waterton hebben we nog materiaal nodig. Er moeten namelijk betonnen palen worden gemaakt waarop een plateau komt en daar bovenop komt dan straks de waterton te staan. Ik ga met Budi en Agung naar de bouwmaterialenzaak en we bestellen de benodigde spullen. Alles wordt weer bij het opvanghuis bezorgd.
Te voet naar beneden en weer omhoog
Het is dag vijf van het vasten en heel veel energie heb ik niet. Toch moeten we ergens heen, want bij het opvanghuis kunnen we niet veel doen. Daar zijn de aannemers druk bezig met de voorbereidingen voor de aanleg van de waterton. Budi en ik besluiten naar beneden te lopen om daar ons avondeten te gaan halen. We lopen door de plantages over ruw terrein richting de hoofdweg. Terwijl we naar beneden lopen, rijdt Agung achter ons en stappen we bij hem in de auto om weer op ziekenbezoek te gaan. Het goede nieuws is dat de patiënt vandaag naar huis mag.

Na het ziekenbezoek lopen we terug naar boven naar het opvanghuis. Maar voordat we dat doen, stoppen we eerst nog even bij een eetkraampje langs de weg om ons avondeten in te kopen. De tocht naar boven doen we rustig aan, omdat we natuurlijk allebei niets gegeten hebben. Het is op zich best ontspannen om zo’n wandelingetje te maken. Wat het minder ontspannen maakt, is die vreselijke geur van al het plastic dat Jan en alleman overal maar in hun tuinen aan het verbranden is. Daarnaast nemen ze het ook niet zo nauw met een fatsoenlijke uitlaat onder hun motor of brommer. Terwijl je langs een drukke weg naar boven wandelt, word je continu ingehaald door brommers en motoren waarvan sommige dus gewoonweg geen uitlaat hebben.
Eenmaal boven aangekomen kunnen we plaatsnemen in het huis van Asep, waar we gezellig met z’n allen gaan eten. We hadden er niet op gerekend dat de anderen al zo snel terug zouden zijn, want wij waren natuurlijk lopend. Maar voordat ik het weet zitten we met een heleboel mensen en een heleboel lekker eten te dineren, inclusief wat we zelf hebben meegebracht. Na het eten ga ik terug naar het opvanghuis en werk ik verder aan een video’tje (niet deze).
Bekijk de superkorte video van deze dagen
Wil je niets missen van deze reis? Abonneer je dan op mijn YouTube-kanaal.