7 oktober, de eenentwintigste dag op Java
Vandaag rijden we naar Talaga Bodas. Dat is een kratermeer in de bergen boven Garut. De naam betekent letterlijk wit meer en dat snap je meteen als je het water ziet. Het is melkachtig lichtblauw en ziet er bijna onecht uit. Je ruikt de zwavel al voordat je bij het meer bent. Rondom het water komt hier en daar damp uit de grond. Een eindje verderop zijn warmwaterbronnen waar je in kunt zitten.
Maar eerst goed nieuws. Voor we vertrekken sluiten de aannemers de waterpomp aan op de waterton. En ja hoor, er staat nu een fatsoenlijke druk op de kraan. Heerlijk, ik ben zo blij dat dit ook werkt.
Een hobbelige rit
Om een uur of tien maken we ons klaar. Met volle bepakking loop ik naar de auto. Apparatuur, zwembroek, handdoeken, noem het maar op. Ik heb geen idee wat me te wachten staat. Aan het begin van de rit vraag ik hoe lang we ongeveer moeten rijden. Agung zegt een halfuurtje. Mijn Waze blijkt hier gewoon te werken en volgens de navigatie is het een uur en 41 minuten. Dat koppel ik even terug en daarna luister ik achterin de auto lekker wat muziek.
Na ongeveer anderhalf uur rijden verandert het asfalt in een onverharde weg vol rotsen en keien. Dit is een weg waar je eigenlijk stapvoets overheen moet. Hij is nog slechter dan de weg naar Leuwi Tonjong. Door al het gewiebel van de auto word ik even teruggebracht naar twee jaar geleden. Toen was ik met mijn gezin onderweg naar Sukamade, een tocht van twee tot drie uur in een landrover over bijna onbegaanbare wegen. Na een halfuurtje hobbelen komen we aan bij Talaga Bodas.
Het witte meer


We parkeren de auto en lopen richting het kratermeer. Het pad loopt licht omhoog en is mooi om te lopen. Na een stukje komen we op een gewone weg uit die rechtstreeks naar het meer leidt. Het is een schitterend wit meer. Zwemmen kan niet maar je kunt er wel omheen wandelen. We lopen een half rondje. Achterin zijn warmwaterbaden waar je gebruik van kunt maken.

Onderweg komen we wilde makaken tegen. Het is de eerste keer dat ik hier een aap in het wild zie. Budi gaat nog even met zijn blote voeten in het warme water. Ik heb eigenlijk geen zin om mijn schoenen uit te trekken dus ik maak wat beelden van de omgeving.

Na een halfuurtje wandelen we terug naar de ingang. Onderweg zie ik een bouwvallig huisje staan. Ik vraag Agung of hij weet wat het is. Hij denkt dat het een post is geweest waar boswachters of beheerders van het gebied hun kantoor hadden. Het dak is helemaal ingestort en het metalen skelet is nog zichtbaar. Als echte urban explorer loop ik naar binnen en film ik de twee kamertjes. Na een minuut sta ik weer buiten. Toch apart om te zien hoe men hier gebouwen achterlaat en de natuur ze langzaam laat opeten.
Een steelstofzuiger
We lopen terug naar de auto en beginnen aan de hobbelige rit terug naar Garut. Ik vertel dat we nog materialen nodig hebben voor de waterton en de wastafel. Ook wil ik graag een stofzuiger op accu. Zware apparaten die veel stroom trekken kunnen we hier niet gebruiken. Budi zegt dat we onderweg stoppen bij een winkel voor alles in en om het huis. Sanitair, elektra, lampen. Vergelijk het met een soort Makro maar dan alleen voor je huis.
Hier worden we bij binnenkomst direct opgevangen door een vriendelijke medewerkster met customer service op haar rug. Ze stelt zich voor en helpt ons een steelstofzuiger uit te zoeken. Als ik een keuze heb gemaakt vertel ik dat we nog meer nodig hebben. Van elk onderdeel weet zij precies waar het ligt en ze loopt elke keer met ons mee naar het juiste schap.
Op de terugweg naar het opvanghuis stoppen we nog even bij de timmerman. Hij zou vandaag namelijk bedden leveren. Als we aankomen staat alles al klaar voor transport. Budi spreekt af dat we de bedden na zessen komen ophalen. Zo kan de timmerman eerst zijn werkdag afmaken. Het gaat om twee stapelbedden. Ik vind het helemaal geweldig.
In het opvanghuis laden we de spullen uit. Ik pak de steelstofzuiger uit en zet hem in elkaar. Als hij even aan de lader heeft gehangen doe ik een testrondje door het huis. Hij zit al snel vol. Het is hier behoorlijk stoffig. Het regent bijna niet en door de droogte waait het zand als rook door de lucht. Dat komt overal terecht, ook in het opvanghuis.
De eerste stapelbedden

’s Avonds gaan we weer eten. Daarna rijden we naar een buurman verderop die zijn hulp en zijn pick-up heeft aangeboden om de bedden van de timmerman naar het opvanghuis te brengen. Bij de timmerman staat alles klaar. We sjouwen de loodzware balken en onderdelen naar de pick-up. Alle balken, plankjes en latjes zijn van massief mahoniehout. Daardoor is het bed zwaar maar oerdegelijk. Dat mag ook wel, want deze bedden moeten nog heel lang mee.
Zodra alles is ingeladen rijden we samen naar het opvanghuis. Daar wordt direct alles uitgeladen en ik neem ook een plankje mee naar binnen. Ik maak alvast de kamer vrij waar de acht matrassen opgeslagen liggen. Als alle onderdelen in het kamertje staan beginnen de timmerman en zijn hulp met het in elkaar zetten. Daar zijn ze nog wel even mee bezig, maar mijn geluk kan niet op. Na een à twee uur staan er twee complete stapelbedden. Eindelijk.





De timmerman bedankt ons, neemt afscheid en gaat naar huis. Wij gaan ook lekker slapen. Niet in een stapelbed maar gewoon in onze eigen kamer. Daar komen straks ook stapelbedden te staan, maar dan zijn wij er niet meer.
Tot zover deze dag.
Bekijk de video van deze dag
Wil je niets missen van deze reis? Abonneer je dan op mijn YouTube-kanaal.