Reisverslag | 16-17 september 2026 | Reisdag

16 september, de eerste reisdag

Vandaag vertrekken we vanuit Nederland naar Jakarta. Gisteravond heb ik Budi nog een berichtje gestuurd met de vraag of hij om 9:00 uur bij ons kon zijn. Dat had hij niet gelezen. Toen hij om 9:30 uur nog steeds niet op de stoep stond, heb ik hem maar even gebeld. Hij was onderweg, zei hij. Uiteindelijk kwam hij om 10:15 uur aanzetten met als commentaar: “Ja, maar je hoeft toch maar twee uur van tevoren in te checken.”

Toch waren we op tijd. Om 11:00 uur kwamen we aan op Schiphol. Paspoortcontrole ging goed, en de bagage ook. Ik heb een koud saucijzenbroodje gegeten, en Budi dronk een kopje koffie. We gaan nu nog even kijken of we in een winkeltje iets te eten voor onderweg kunnen kopen. Ik herinner me van de vorige keer dat ik op een gegeven moment trek kreeg en dat er niet altijd eten voorhanden was. Bij Singapore Airlines is dat wel anders want die hebben dat altijd. Nou tot straks.

Bij de gate

We zijn inmiddels bij de gate aangekomen. Twee jaar geleden moesten we met de bus naar het vliegtuig, maar toen vlogen we ook in het hoogseizoen. Deze keer kunnen we gewoon via de slurf aan boord. Het is nu ook erg rustig bij de gate.

Wachten in het vliegtuig

Ik zit al een kleine drie kwartier in het vliegtuig te wachten tot we vertrekken. Het lijkt erop dat de gate dicht is want er komen geen nieuwe mensen meer aan boord. Er zijn rijen met een lege stoel en bij ons is dat ook het geval. We hebben met z’n tweeën dus drie stoelen tot onze beschikking. Dat is fijn, want de beenruimte vind ik toch iets minder dan bij andere maatschappijen waarmee ik eerder gevlogen heb.

Budi gebruikt de wachttijd om nog snel zijn arrival card aan te vragen. Dat had hij nog niet gedaan. Die kaart is verplicht voor iedereen die naar Indonesië reist, ook voor inwoners. Net op tijd is het gelukt.

Op de achtergrond speelt een erg rustgevend muziekje dat doorloopt tot we loskomen van de grond. Het is traditionele Indonesische muziek en het geeft me een beetje een Efteling gevoel. Ook leuk.

Onweer boven India

De vlucht is mooi op tijd vertrokken. Vertrek stond gepland om 14:00 uur en ik geloof dat we om 14:07 uur zijn opgestegen. Na een uur of vijf of zes vlogen we boven India. Buiten was het donker en we zagen enorm veel bliksem. Een prachtig natuurverschijnsel om van bovenaf te zien. Alleen ging het wel gepaard met behoorlijke turbulentie, en dan bedoel ik echt behoorlijk. Het vliegtuig heeft flink op z’n donder gekregen. Dat hield ongeveer een half uur aan. Daarna was het tien of twintig minuten rustig, en kwam het weer heel heftig terug. Het voelt alsof je met je billen op een trampoline zit terwijl iemand anders op diezelfde trampoline staat te springen. Maar dan op tien kilometer hoogte.

Nog zes uur voordat we gaan landen. Ik verwacht dat we over een uur of vier richting de zonsopgang vliegen en dat het dan weer lichter wordt. Nu is het buiten nog pikkedonker.

Zodra we de storm voorbij zijn wordt het licht weer gedimd en probeer ik nog wat slaap in te halen.

Dromen zonder te slapen

Het licht gaat weer aan en er wordt omgeroepen dat we gaan ontbijten. In de tijd dat ik in het donker zat heb ik geprobeerd te slapen. Ik droomde wel, maar ik sliep niet. Best vreemd. Ik kon dromen wat ik wilde en het waren van die onverklaarbare rare dingen. Ondertussen hoorde ik gewoon alles om me heen. Mensen die praatten en het geluid van de straalmotoren. En nu ik dit opschrijf weet ik niet eens meer waar ik over gedroomd heb. Ik vraag me af of dat ook telt als slaap. We gaan het merken.

Aankomst in Jakarta

Na het uitstappen lopen we richting de paspoortcontrole. Ik had van tevoren twee documenten moeten aanvragen, een visum en een arrival card. Budi had geen internet meer, maar zijn kaart was gelukkig al geregeld.

Vanaf de gate lopen we door het vliegveld. Super modern, super schoon en super rustig. Voor de paspoortcontrole ga ik nog even naar het toilet en Budi probeert ondertussen zijn telefoon aan de praat te krijgen. Twee jaar geleden liep ik vanuit het vliegtuig een trap af naar de balies waar je je visum kon halen. Die trap lijkt er niet meer te zijn en de balies zien er verlaten uit. De paspoortcontrole zelf herkende ik wel meteen.

Ik loop naar een poortje en leg mijn paspoort op de scanner. Opmerkelijk genoeg ben ik eerder door de controle dan Budi. Voorbij het poortje zegt hij: “Ja, heb je weer geen stempel gekregen.” Dat klopt, dacht ik bij mezelf. Waarschijnlijk omdat ik al een visum had, wist de paspoortcontrole dat. Geen probleem.

Bagage en douane

Bij de bagageband hebben medewerkers al een flink aantal koffers van de band gehaald en op een verzamelplek gezet. Al snel zie ik mijn koffer staan. Die van Budi staat er nog niet. Ik zet mijn koffer op een kar en Budi gaat op zoek naar de zijne. De koffers waren in ieder geval eerder bij de band dan wij. Dat komt natuurlijk ook doordat ik nog naar het toilet ben geweest en Budi met zijn telefoon bezig was.

Bij de douane nemen we het groene laantje. De douanier kijkt even en laat ons zonder verdere vragen doorlopen. Daarmee zijn we officieel in Indonesië.

Telefoon registreren

We lopen meteen door naar de IMEI-registratie. Elke telefoon die in Indonesië op het netwerk wil bellen moet verplicht geregistreerd worden bij de douane. We parkeren onze koffers en ik ga in de wachtruimte zitten. Dat blijkt helemaal niet nodig, want de medewerkers zitten gewoon te wachten tot er iemand komt. Ik kan dus direct aansluiten en Budi gaat aan een andere tafel zitten.

Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen, dus ik geef de medewerker maar mijn paspoort. Daarna vraagt hij om mijn boarding pass. Gelukkig had ik die nog. Ergens in mijn hoofd zat een stemmetje dat vroeg of ik hem nog nodig had. Normaal bewaar ik dat soort dingen altijd, maar deze keer twijfelde ik echt. Dan vraagt hij om mijn telefoon en ik geef hem mijn tweede toestel. Hij toetst *#06# in en ziet de IMEI-nummers. Die scant hij met een barcodescanner en ik mag weer verder. Het kost niks en het is een kleine moeite. Wel nodig als je een Indonesisch telefoonnummer wilt gebruiken.

IJsthee en nasi

Even wat snacken

We lopen naar buiten en Budi probeert contact te krijgen met de chauffeur. Omdat zijn telefoon het niet doet moet hij allerlei trucjes uithalen. Hij loopt even weg en vraagt mij twee koppen koffie te bestellen bij het cafeetje buiten het vliegveld. Ik neem plaats en krijg meteen een kaart voorgeschoven met allerlei lekkere gerechten. Maar vooral heb ik heel veel dorst. Ik bestel twee grote glazen ijsthee en een dubbele espresso voor Budi. Omdat Budi er toch nog niet is, bestel ik er ook maar een nasi bij. Ik had nog wel een beetje trek.

Even later staat chauffeur Agus bij ons aan tafel en schuift hij aan. Ik bied hem een kop koffie aan. De heren steken een kretek sigaret op en drinken hun koffie terwijl ik mijn nasi verorber. Mijn eerste glas ijsthee is snel leeg en mijn tweede ook. Na deze maaltijd lopen we naar de parkeerplaats om onze weg te vervolgen. Het is 3,5 uur rijden richting Bandung en alleen al Jakarta uitkomen kost ons anderhalf uur.

Blote voeten en pittige sambal

De tafel vol gerechten

Tijdens de rit heb ik mijn nekkussen omgedaan en de voorstoel iets achterover geklapt, waardoor ik lekker kon slapen. Of eigenlijk powernappen. Na ongeveer twee uur rijden stoppen we bij een rustplaats waar je ook kunt eten. Eerst gaan we naar het toilet. Dat zit in een moskee, dus voordat we naar binnen gaan moeten onze schoenen uit. Best vreemd om op je blote voeten een openbaar toilet in te lopen. Ik pas me aan en denk er verder niet te veel over na. Er is ook een supermarkt en daar halen we straks nog wat drinken voor onderweg.

In het restaurant wordt de tafel volgeladen met allerlei gerechten. Ik heb geen idee wat het allemaal is, maar ik probeer van alles wat. Er staat ook zelfgemaakte sambal op tafel. Budi waarschuwt me al: “Pas op, die is pittig.” Vol trots schep ik een lepel op mijn bord. Ik was mijn handen met water en zeep en eet daarna traditioneel met mijn rechterhand. Het smaakt prima en het valt reuze mee met de pittigheid. Dat denk ik tenminste, tot bij de vierde of vijfde hap mijn tong ineens begint te branden. Dat was toch iets pittiger dan gedacht. Ik neem wat slokken warme thee om het te neutraliseren en gebruik stiekem ook de watermeloen die voor me staat. Na een minuut of tien is het branderige gevoel weg.

Aankomst bij de familie

Na het eten rijden we verder. Het is nog ongeveer 40 minuten. Na twintig minuten stopt de auto en stapt Agus uit. Hij gaat met het openbaar vervoer verder naar zijn eigen huis. Wij rijden met de auto door naar het dorp van Budi’s moeder.

Bij aankomst parkeren we de auto aan de hoofdweg en lopen we door smalle straatjes naar het huis van zijn moeder. In de tuin trekken we onze schoenen en sokken uit. Budi sluipt als een boef naar binnen om zijn moeder te verrassen. Dat lukt en ze is zeer aangenaam verrast. Ik word meteen voorgesteld aan de rest van de familie. Zijn oudste zus en zijn jongste zus.

Zijn jongste zus woont een paar huisjes verderop, dus daar lopen we eerst naartoe. We steken ons hoofd naar binnen en beginnen te roepen want er is niemand te zien. Dan komt de eigenaar van het winkeltje tevoorschijn. Dat is zijn zwager en hij heeft een grote glimlach op zijn gezicht. Hij loopt met ons mee terug naar de auto om de koffers te halen. Mijn grote koffer van 28 kilo tilt hij zo op zijn schouder en weg is hij, de smalle straatjes van de kampong in. Ik neem de twee handbagagekoffertjes mee en Budi rolt zijn eigen grote koffer naar het huis van zijn moeder.

Als we terug zijn staat mijn koffer al klaar. Budi begint zijn grote koffer uit te pakken, in ieder geval een deel ervan. Hij heeft een heleboel kleding meegenomen en begint die meteen uit te delen. Als zijn neefjes en nichtje de kleding in ontvangst nemen kan hun geluk niet op. Zo blij zijn ze ermee. Prachtig om te zien.

Intussen pak ik een flesje water want het zweet druipt weer van mijn lijf. Ik heb dan wel een lange linnen broek en een polo aan, maar het is hier gewoon echt warm. We rusten even uit in de schaduw op de patio van het huis.

Koffie, muggen en een rondje kampong

Ik kleed me even om en ruil mijn lange broek in voor een korte. Daarna gaan we koffiedrinken bij het huis van zijn zus, die een paar huizen verderop woont. Daar hebben de eerste muggen mijn benen meteen te pakken. Omdat zijn zus een winkeltje runt hebben we snel toegang tot antimuggenspul. Ik smeer direct mijn hele lijf in en probeer het krabben op de jeukende plekken zo veel mogelijk te vermijden.

We lopen terug naar het huis van zijn moeder. Ik moet mijn horloge nog even ophalen want die lag aan de lader. We gaan namelijk een klein rondje lopen door de kampong. Door de smalle straatjes lopen we omhoog en genieten we van het prachtige uitzicht over de hele omgeving.

Op de weg terug naar beneden komen we een hond met een puppy tegen. Die puppy is behoorlijk eigenwijs en trekt gewoon zijn eigen plan. Hij rent alle kanten op en de moeder loopt er maar achteraan. Het is heel verleidelijk om ze even te aaien, maar verstandig is het niet. Ik ben wel ingeënt tegen hondsdolheid, maar ik moet het toch proberen te mijden. Zelfs bij een klein incident moet ik alsnog naar de huisarts, is mij verteld. Het is niet iets waar je te makkelijk over moet denken, lijkt me.

We keren terug naar het huis van zijn moeder en gaan met z’n allen op de patio zitten. Lekker relaxed. Ik heb ontzettend veel dorst, dus ik drink wat bronwater.

Eten en slapen

In de avond staat het eten klaar. Binnen schept Budi voor mij een bordje op met kip, rijst, cassaveblad en een stukje rundvlees. Op de patio gaan we zitten en met een stukje kroepoek beginnen we aan onze maaltijd.

Het is inmiddels een uur of acht in de avond als we klaar zijn met eten. Ik ben dan zo’n 32, misschien wel 33 uur wakker. We besluiten deze dag vroeg te beëindigen en gaan op tijd slapen.


Bekijk de video van deze reisdag

Wil je niets missen van deze reis? Abonneer je dan op mijn YouTube-kanaal.

Kristian Kooijman
Kristian Kooijman
Artikelen: 47